Wat zijn verervingsvormen?

Eigenlijk is het heel simpel: Verervingsvormen zijn de manieren waarop genen worden overgegeven van ouders naar kind. Maar al die verschillende manieren kunnen best ingewikkeld zijn. Tot nu toe zijn niet alle vormen aan de orde bij Witbuikegels, maar het is altijd handig om de verschillen te kennen.


Dominant & recessief

Een dominant gen is een gen dat overheersend werkt over een ander gen. Een dominant gen wordt aangeduid met hoofdletters (A). Een gen is dominant als één helft van een allel uit uiting komt en de andere helft niet zichtbaar is. De helft  die niet tot uiting komt wordt recessief genoemd en wordt aangeduid met kleine letters (a). Als een dier twee recessieve of twee dominante genen heeft, wordt dit homozygoot genoemd (aa of AA). Als een dier één recessief en één dominant gen heeft, wordt dit heterozygoot genoemd (Aa). Bij een heterozygote combinatie wordt altijd de dominante vorm als eerste opgeschreven, ongeacht of deze van de vader of moeder afkomstig is.


Codominantie

Codominantie is het verschijnsel waarbij een dier een dominant allel heeft en een recessief allel, maar beide helften tot uiting komen. Een mooi voorbeeld hiervoor is Reversed Pinto. Het allel voor Pinto is dominant, maar het allel dat zorgt voor Reversed Pinto, is dat niet. Toch komt Reversed Pinto dan wel tot uiting. Een codominant gen wordt aangeduid met eerst het dominante allel, dan een dakje en daarna het recessieve gen. Waar de mogelijkheid bestaat, kan het ook aangegeven worden door het recessieve allel in superscript te zetten (Reversed Pinto wordt aangegeven als Pi^rv). Hoewel in deze gevallen het recessieve allel altijd het specifieke dominante gen nodig heeft om tot uiting te komen, kan het recessieve gen wel worden doorgegeven aan kinderen, tot generaties lang! Andersom heeft het dominante gen het recessieve gen niet nodig om tot uiting te komen.


Incomplete dominantie

Incomplete dominantie lijkt op codominantie. Alleen heeft bij incomplete dominantie, het recessieve allel iets minder invloed. Het is echter wel zichtbaar dat het gen gedragen wordt, dus het dominante allel is ‘incompleet’. Het tweede verschil is dat bij incomplete dominantie het recessieve gen, niet het dominante gen nodig heeft om tot uiting te komen. Als een dier twee van deze recessieve allelen heeft, kan het ook tot uiting komen. Ook hier geldt dat het dominante gen, niet het recessieve gen nodig heeft om tot uiting te komen. Incompleet dominante genen hebben echter geen aparte aanduiding om zich van normale recessieve en dominante allelen te onderscheiden. Bij deze genen zul je dus zelf moeten leren dat het effect geeft op het uiterlijk.


Geslachtsgebonden overerving

Deze vererving is misschien nog wel het lastigst. Een gen dat geslachtsgebonden vererft, is gebonden aan het X-chromosoom. Het vererft dus bij een man anders dan bij een vrouw, omdat een man een X- en een Y-chromosoom heeft en een vrouw twee X-chromosomen. En het meest lastige is misschien nog wel, dat een X-gebonden gen in zowel recessieve vorm als dominante vorm kan voorkomen.

In geval van een dominant gen, heeft een man het dominante allel nodig om de kleur tot uiting te laten komen (Ay, de y staat voor het missende allel op het Y-chromosoom). De man kan ook alleen het allel doorgeven dat hij op zijn X-chromosoom heeft. Al zijn nakomelingen krijgen dus dat allel ook. Dat geldt ook voor een recessief X-gebonden gen. Een vrouw heeft wel een compleet gen en kan het dominante gen dus in homozygote vorm en in heterozygote vorm doorgeven bij zowel dominante als recessieve genen.

Omdat de man bij een X-gebonden gen maar één allel beschikbaar heeft, kan het fenotype flink verschillen. Een mooi voorbeeld hiervan is Schildpad/Geel bij Syrische hamsters. Een man met dit dominante gen wordt Geel genoemd, omdat zijn vacht gelig is (TOy). Een vrouw kan twee verschillende kleuren krijgen bij dit gen. Bij een heterozygote vorm wordt zij schildpad (TOto), maar bij een homozygoot dominante vorm (TOTO) wordt zij ook geel.

Foto’s van Martin Braak.


Terug