Genetica is de wetenschap van het uitleggen en verklaren van erfelijkheid. Organismen kunnen eigenschappen overbrengen naar hun nakomelingen. Deze eigenschappen kunnen een generatie of zelfs twee overslaan, afhankelijk van de verervingsvorm, maar gaan altijd van ouder naar kind. Alle erfelijke eigenschappen samen noemen we het genotype.


Erfelijkheid

Bij het fokken zet je twee dieren samen om voort te planten, maar je wilt natuurlijk graag weten welke kleuren hun jongen krijgen. Met genetica kun je dat makkelijk berekenen, maar dan moet je natuurlijk eerst wel een heleboel over de ouders weten. Afhankelijk van de kleur van de ouders, kun je dan bekijken welke genen voor die kleur zorgen. Deze genen kun je kruisen in een berekening. Dat zijn per allel de genen die de ouders mee geven aan hun kinderen. En dat wat de ouders doorgeven aan hun kinderen, is erfelijkheid.


dna-163466_640

DNA, allelen en genotype

Een DNA-streng bestaat uit twee hele lange draden en tussen die twee draden hangen allemaal kleinere draadjes, de allelen. Op die allelen staat allerlei informatie geschreven, die een egel van zijn ouders mee krijgt. Zo’n allel bestaat weer uit twee delen: één deel heeft hij gekregen van zijn moeder en het andere deel heeft hij meegekregen van zijn vader. Elk ouderdier geeft dus de helft van zo’n allel aan zijn kinderen. Maar welk deel dat is, is afhankelijk van de verervingsvorm. Al deze allelen bij elkaar genomen in zo’n DNA-streng vormen samen de kleur en het patroon van een egel. Dat noemen we het genotype.


Terug