Er zijn twee manieren van natuurlijk huisvesten. Een natuurlijke inrichting of een bio actieve bak die praktisch zichzelf onderhoudt. Maar wat stelt het allemaal voor en wat zijn de verschillen?

Natuurlijke inrichting
In een natuurlijke inrichting boots je de natuurlijke omgeving na van het dier dat in het verblijf moet worden gehouden. De bodembedekking, schuilplaatsen, achtergrond, alles is aangepast aan de natuurlijke behoeften.

Bio actief verblijf
Een bio actief verblijf gaat nog nét een stapje verder. Daarin doe je eigenlijk het zelfde als in een natuurlijke inrichting, maar dan de bodem dusdanig aangepast dat er beestjes in kunnen leven die alle rommel opruimen; een clean up crew. Die vreten alles op aan ontlasting, maar ook rottende groentes, fruit of overgebleven stukjes insect of vlees. De ontlasting van die kleine beestjes wordt dan weer gebruikt als meststof door de aanwezig plantjes en zo krijg je eigenlijk een verblijf dat zichzelf onderhoudt en niet meer schoongemaakt hoeft te worden.

Foto’s door Hedgery of the High Moors & Hedgehogs of Asgard


De bodem

Het het verblijf en een eventuele achtergrond is de eerste stap: de bodem. Hoewel er verschillende opties zijn en je bij een natuurlijke inrichting niet per se een aangepaste bodem nodig hebt, is de basis toch veelal het zelfde. Cocopeat en (speel)zand zijn de meest gebruikte soorten en deze worden ook vaak gemixt. Voor een natuurlijke inrichting maakt dit niet zo veel uit; de egels zelf geven de voorkeur aan een droge grond en dus vooral veel zand. Ook wel zo handig met verschonen van een natuurlijke inrichting, want nat en vies zand herken je makkelijk in het verblijf. Bij een mix met cocopeat wordt dit lastiger, maar dit ruikt wel minder snel en geeft iets meer stevigheid met lopen.

Bij een bioactieve inrichting is deze bodemmix toch iets belangrijker, je wilt namelijk dat de clean up crew overleeft en liefst zelfs goed voortplant. Hoe meer beestjes, hoe makkelijker ze opruimen. Voor deze manier van inrichten wordt vaak een mix van 2 delen vochtig cocopeat en 1 deel zand gebruikt als mix, maar sommigen gaan ook voor een volledige bodem van cocopeat en gebruiken het zand puur als toplaag over de cocopeat en onder de strooisel.

Strooisel

De volgende stap is de strooisel bovenop de bodem. Deze laag is om stevigheid te geven bij lopen, maar ook om de egels van nestmateriaal te voorzien en als afsluitlaag zodat de bodem vochtig genoeg blijft voor eventuele clean up crew. Het kan uit allerlei soorten strooisel bestaan: kleine twijgjes, gedroogde bladeren, cocohusk of boomstronk stukjes en hooi.


Verdere inrichting

Hout & steen

Na het strooisel kun je nog stenen, hout en planten toevoegen. Voor de stenen worden leistenen, lavastenen of keien gebruikt. Hiermee kun je bijvoorbeeld hogere stukken in het verblijf maken, bijvoorbeeld als je een schuilplek in de bodem wilt laten verdwijnen. Als hout wordt drijfhout of spiderwood gebruikt, maar hout van fruitbomen kan ook.

Schuil- en slaapplekken

Een stuk boomstronk uithollen en vermommen als schuilplek is een mooie oplossing als alternatief voor plastic huisjes.

Planten

Voor de planten is het vooral zaak om veilige planten te gebruiken. veilig voor katten, honden en kleine knaagdieren is een goede richtlijn. Hieronder zie je een aantal planten die in elk geval veilig zijn om te gebruiken. Let alleen wel op: niet alle egels laten de planten met rust.

Kijk uit met Aloë soorten: sommige zijn extreem giftig, waar andere soorten in deze familie volledig ongevaarlijk zijn of pas gevaar vormen wanneer de egel er veel van binnen krijgt. Aloë buettneri is een van de weinige veilige soorten, daar het pas bij herhaaldelijke inname van grote hoeveelheid lichte diarree kan veroorzaken.


Clean up crew

Waarom de beestjes?
Het gekriebel van de beestjes is voor de meesten niet het aantrekkelijkst om ze in huis te halen, maar in een bio actieve bak zijn ze heel nuttig. Ze eten alles op wat schimmelt en rot. Ontlasting, groente, fruit, overgebleven vlees of stukjes insecten; alles wordt netjes opgeruimd door deze beestjes. Ze zorgen er voor dat een bio actieve bak zichzelf onderhoudt en je de bak eigenlijk niet meer hoeft schoon te maken. Hoewel je voor jezelf misschien af en toe de ergste plekjes wel wilt bijhouden. Dit kun je voorkomen door een groot verblijf van minimaal 120×50 cm te nemen, of groter, zodat de beestjes iets minder hard hoeven te werken om alles op te ruimen.

Soorten

Er zijn veel soorten beestjes die geschikt zijn voor in een bio actieve bak, maar hieronder staan de meest gebruikte soorten. We vermelden de hoeveelheid voor een bak er ook bij, voor een bak van 120×50 cm. Bij een groter verblijf heb je natuurlijk ook meer beestjes nodig om een goede balans te krijgen. Let wel op dat je enkel dieren gebruikt die zijn gekweekt om besmettingen met parasieten, bacteriën en virussen te voorkomen.

Springstaarten
Deze kleine beestjes behoren tot de hexopoda, ofwel zespotigen, en voeden zich met allerlei afbrekend (rottend) materiaal. Het zijn hele kleine, witte diertjes van enkele milimeter groot. Je ziet ze vaak niet, tot er iets boven de grond aan het rotten is dat eetbaar is. Dan zie je ze soms met honderden tegelijkertijd eten. Ze planten zich dan ook makkelijk voort als er genoeg te eten valt. De beestjes houden niet van licht, dus overdag zul je ze nauwelijks zien en verblijven ze in de vochtige bodem. Je hebt ongeveer één liter springstaarten nodig op een verblijf van 120×50 cm.

Pissebedden
Net als de springstaarten, voeden deze dieren zich met allerlei materiaal. Omdat ze zich voeden met wat grotere stukken voedsel heb je ook minder van deze beestjes nodig, ongeveer 250 gram op een verblijf. Pissebedden zijn onderverdeeld in de stam van de geleedpotigen en de onderstam van de kreeftachtigen. Zou je niet zeggen als je ze ziet rondrennen in het verblijf. Onder hun kop zijn twee ‘extra poten’ te vinden (niet de lange voelsprieten) met kleine scharen om voedsel mee te grijpen. Hiermee grijpen ze stukjes groente, fruit en ander afvalmateriaal. Net als springstaarten houden ze niet zo van licht, dus houden ze zich op onder stenen, stukken hout of in kleine gaatjes en holletjes.

Wormen
Aardwormen zijn ideaal als opruimers, geven de springstaarten en pissebedden wat extra werk tussen het voeren en ontlasten van de egels door en zorgt er voor dat de bodem ook lekker luchtig blijft voor de springstaarten en pissebedden. Ze komen meestal de bodem niet uit, dus veel zul je ze ook niet zien. Je hebt niet zo veel van deze beestjes nodig in een verblijf; ongeveer 10 dieren voor een verblijf is genoeg. Ze leven niet erg lang, maar planten zich snel voort, dus je zult van deze dieren al vrij snel een overschot hebben. Geen nood, geef er gerust een paar aan de egel als lekkernij!

Rozenkevers
Deze zwart met geel gekleurde kevers houden meer van verse groente en fruit en komen dan ook als eerste kijken of er iets te eten valt. Ze eten geen dierlijke en geen rottende materialen dus echte opruimers zijn het niet, maar ze zijn wel handig bij egels die niet zo veel groente en fruit eten. Ook van deze dieren heb je niet zo veel nodig, 4 of 5 op een verblijf is voldoende. Ze zijn groot, maar scheiden een stinkende (niet giftige) vloeistof af bij gevaar, waardoor ze niet worden gegeten door de egels. Rozenkevers planten zich gemakkelijk voort en de larven van deze kevers zijn een lekkere snack voor de egels. Zij scheiden de vloeistof niet af, maar bevinden zich vaak onder in de bodem. De egel zal dus eerst flink moeten graven om bij het lekkers te komen.

Verzorging van de clean up crew

De verzorging van de beestjes is gelukkig niet zo’n dagtaak als het lijkt, hoewel het wel een kwestie van een goede routine is om ze in leven te houden en bij voorkeur te laten voortplanten.

Voeding & vocht

Natuurlijk eten ze voornamelijk de ontlasting van de egels en het overgebleven materiaal van groene, fruit, insecten en vlees. Maar ze hebben ook vocht nodig om te drinken en om hun leefomgeving vochtig te houden. In een bak van 120×50 cm zul je aan eens per week in de ochtend sprayen genoeg hebben. Dan hebben de egels zo min mogelijk last van de vochtige bodem en is de toplaag na een paar uur weer zo goed als droog, terwijl de onderliggende laag lekker vochtig blijft.

Schuilplaatsen

Om te schuilen zijn de kevers en pissebedden in elk geval blij met enkele stukken hout en stenen waar ze onder kunnen kruipen. Hieronder blijft het vaak lekker vochtig en is het donker; een ideale plek om te schuilen, maar ook om eventuele nakomelingen te werpen.


Levend voer

Naast de clean up crew, kun je er voor kiezen om enkele extra soorten in het verblijf te laten leven. Deze kunnen dan dienen als extra snack en verrijking voor de egel. Hij moet dan op zoek naar de insecten en moet zijn natuurlijke jachtinstinct gebruiken om ze op te sporen. Een soort vervanger van het normale speelgoed dus! Hieronder staan enkele diersoorten die hiervoor geschikt zijn.

Cohabitatie

Er zijn mensen die gebruik maken van bijvoorbeeld reptielen om deze levende voederdieren in toom te houden. Dit noemen we cohabitatie. Er zijn enkele geschikte soorten, mits je vooraf goed inleest over de behoefte van deze dieren. Let vooral goed op dat ze hetzelfde klimaat verlangen als een Witbuikegel en of ze verder aanvulling nodig hebben in het dieet of er aanpassingen moeten worden gedaan in de inrichting. Houdt in gedachte dat deze dieren doorgaans ook ten prooi kunnen vallen voor de egel. Andersom kan het ook zijn dat het andere dier de egel lastigvalt. Observeer dus altijd goed hoe het gaat tussen de soorten en lees je goed in!


Terug